dinsdag 26 januari 2016

Migranten en hun grootste probleem

Hij is gevlucht uit oorlogsgebied. Hij is blij en dankbaar dat hij nog leeft.

Welke terreurgroep hem probeerde om te brengen of te recruteren, weten we niet. Hoeveel familieleden en vrienden hij thuis en onderweg heeft zien sterven, weten we ook niet. Ik wil er dus niet over speculeren. Maar een feit is wel: hij is recent in ons land aangekomen uit Irak, en is moeten vluchten vanwege oorlog en terreur. En dat zijn de dingen die daar gebeuren. Wie heeft hij achtergelaten? Welke gebeurtenissen staan er als een trauma op zijn netvlies gebrand?

Probeer ik nu sympathie te wekken voor iemand die ik niet ken? Een Irakees af te schilderen als een zielig armzalig slachtoffer, zodat U mijn verhaal beter slikt? Nee, ik hou met bij de feiten: Ik probeer met deze woorden enige empathie op te wekken. een oorlogsvluchteling is niet zomaar iemand, het is een mens, zoals jij en ik, die misschien een doodnormaal leven had, tot de terreur dat leven onderbrak.

Hij is een mens zoals jij en ik. Hij zit nu opgesloten. In een gesloten centrum voor asielzoekers. Eergisteren was dat nog anders. Toen was het een open asielcentrum, waar mensen overdags gewoon in en uit kunnen lopen. Maar van de ene dag op de andere ziet het er weer compleet anders uit: in een gesloten centrum moet je binnen blijven. Vaak is dat omdat iemand zonder papieren een zwaar misdrijf heeft gepleegd, of omdat iemand het land is uitgewezen maar misschien nog zou kunnen wegglippen.

We houden het bij feiten. Bij de trauma's die hij reeds opliep, is nog een schepje bovenop gedaan. Heel het land spreekt nu over hem.

Hij was aan het zwemmen. Getuigen vertellen ons: Hij zag een meisje in paniek en reikte haar de hand. Details kennen we niet, wilde hij echt enkel helpen, of heeft hij meer gedaan? Tot nu toe horen we van de getuigen enkel de versie dat hij dit meisje wilde helpen. Ze was niet aan het verdrinken, zo een grote held is hij waarschijnlijk niet. Het leek gewoon een gebaar, zoals wij dat allemaal al eens hebben gedaan. Iemand gaat kopje onder, iemand botst ergens tegen. We hebben de reflex om te helpen. Even trekken aan iemands arm. Even opzij gaan, of een duwtje geven zodat je niet te hard tegen mekaar botst, bijvoorbeeld.

Niets aan de hand. Toch?

Zo zou het zijn, als ik dit was geweest. Of jij.

Maar, hij was een asielzoeker. Hij heeft de looks van een 'vluchteling'. Wie van de omstaanders in paniek schoot, weten we niet. De politie werd erbij gehaald. Het geroep van het meisje in paniek, in combinatie met de huidskleur / looks van deze man, resulteerden in een verhaal van paniek-racisme: Deze man was het meisje aan het betasten, misschien zelfs aanranden, of erger...!

Het lijkt wel of hij gevolgd werd door politici en media. Ze sprongen erop, maakten allerlei conclusies en yes, ze hadden het: 'Alweer een incident met een vluchteling die de meisjes lastig valt'. 'Is het nu nog niet genoeg?' Maatregelen worden voorgesteld, politici zien hun kans om het volk naar de mond te praten, media ziet cash, hijzelf wordt alvast opgesloten, en burgers beginnen aan hun sociale-media-rechtszaak. Geen enkele asielzoeker of vluchteling is nog veilig: ze krijgen het allemaal te verduren.

Hopelijk is deze man ondertussen weer terug vrij, in een open centrum. Mogelijk veranderen de 'feiten' weer in een ander verhaal, wie weet komen we nog heel wat te weten over mogelijk wangedrag van deze persoon. En mogelijk maakt dit dan de helft van mijn tekst binnen enkele seconden compleet irrelevant. Maar toch, zelfs als blijkt dat hij toch schuldig was aan een misdrijf, als we iets dichter kijken, wat er ook gebeurde, is er iets zeer opmerkelijks aan deze zaak. Zelfs zonder echt alle feiten te kennen, is de man publiekelijk veroordeeld door ons, het grote publiek, met de hulp van politici en media. Enkel en alleen op basis van het feit dat men de politie erbij had gehaald. We moeten serieus kijken naar de onderliggende problemen.

Het grote probleem van de migrant? Zijn huidskleur. Zijn looks. Zijn afkomst. Zijn geloof misschien. Ons weekend is in de pers getekend als een weekend waarin er alweer een 'incident was met een vluchteling'. Maar de kern is niet wat hij deed of niet deed, het is dit: Alles wat hierover gezegd, beweerd, verdraaid, uitvergroot, verzonnen, besloten wordt, draait enkel om dat ene element: de looks en achtergrond van deze man. In dit geval was het zelfs een man die niets misdeed, maar toch werd het groot nieuws.

Dat, lieve mensen, en dat alleen, is de reden waarom ik mij als burger, als christen, als Belg, als ex-Nederlander, als vader, als jeugdwerker, als echtgenoot, als vriend van velen, soms bijzonder druk maak, en ja, regelmatig in overdrive ga.

Over politieke keuzes en partijen wil ik gerust mijn mening delen. Er zijn partijen en figuren waar ik echt niet achter wil staan en er zijn anderen die veel meer mijn sympathie hebben. Ik heb regelmatig en graag een goeie babbel met mensen over geloof en religie. Een toffe discussie over duurzaamheid, het doel van het leven, world peace etc, daar doe ik graag aan mee. Maar al die zaken, al die onderwerpen, daar maak ik me eigenlijk niet zo druk over. Echt niet.

Maar dit, een heel land dat in rep en roer staat (nou ja, voor wie de voorpagina's van de kranten nog serieus nemen), politici die allerlei burgers achter zich krijgen, angst die overal aangewakkerd wordt, allemaal omwille van iemands afkomst en looks, dat raakt mijn hart, diep en persoonlijk. Mijn felle reacties komen ten diepste daar vandaan: Als ik merk dat mensen omwille van wie ze zijn, anders en oneerlijk behandeld worden.

Toegegeven, ik moet daar ook balans in vinden en uitkijken dat ik andere bevolkingsgroepen zelf niet verkeerd ga beoordelen zonder reden. Dit stuk is daar een deel verwerking, ik heb ook nog een lange weg te gaan. Mijn woorden moeten mijn daden onderschrijven anders zijn het loze woorden.

De man werd beoordeeld op zijn looks. Zijn afkomst. Het was een Irakees. Dus ... vul maar zelf in. Dat is het enige waar dit over ging.

Probeer je eventjes, heel eventjes, in te leven in het leven van een persoon met andere huidskleur, nationaliteit of geloof. Want dit is voor veel mensen de dagelijkse realiteit. Tonen zij hun goed hart of houden zij zich afzijdig, altijd zullen er mensen zijn die hen afwijzen, belachelijk maken en veroordelen, plus al hun volksgenoten over dezelfde kam scheren. Het is voor velen een echt dagelijks lijden. En velen, zeer velen, hebben daar hun leven lang onder te lijden. Een vriend van me zei dat hij het niet meer voelt, als mensen racistische uitspraken doen, hij hoort het niet eens meer. Niet iedereen is echter zo sterk als deze vriend. Bovendien: kansen op school, arbeidsmarkt, etc, zijn op basis van dat ene element ook vaak geheel anders, enkel en alleen omwille van looks en afkomst.

Overdrijvingen en uitvergrotingen helpen niemand verder. Erger nog, het maakt dat de bevolking van een land nog veel meer gaat haten en vanuit angst gaat reageren. Soms zijn politici daar persoonlijk en duidelijk schuldig aan. Ook daarvan zien we de gevolgen. Maar ook media en wij als burgers, bevestigen het onterechte negatieve beeld van mensen die anders zijn dan wij.

Ik wil niet ontkennen dat ieder volk zijn eigen problemen heeft. Grote groepen vluchtelingen uit eenzelfde regio, zullen in groten getale ook moeten leren omgaan met de nieuwe cultuur waar ze aankomen. En we zien dat er met deze groepen inderdaad aan te wijzen problemen zijn. Integratiecursussen en toelichting over dingen die wij normaal vinden, zijn zeker niet overbodig. Angst voor de vreemdeling is ergens te begrijpen: je weet niet wat je moet verwachten, dus je wantrouwt. Maar lieve mensen, de enige manier om hiermee om te gaan, is de ander leren kennen. Daar waar we samen werken, mekaar leren kennen en waarderen, alleen daar gaan verschillen bijzaak worden. Alleen door vluchtelingen persoonlijk te ontmoeten, ga je ontdekken wie zij werkelijk zijn. Luister naar hun verhaal, vertel je eigen verhaal, laat je niets wijsmaken.

Ik wil dit stuk afsluiten met een verwijzing naar een verhaal van Jezus, het verhaal van de Samaritaan.

Bij het woordje 'Samaritaan' verwacht je direct een ander woord, namelijk: barmhartig. Right?

Het was een verhaal over een man die zijn eigen comfort opzij zette, om een ander te helpen. Een man was overvallen en in mekaar geslagen langs de weg achter gelaten. Een priester en een tempeldienaar waren hem straal voorbij gelopen. De Samaritaan heeft hem geholpen. Onze indruk van Samaritanen kan dan in de 21e eeuw ook zijn, dat zij gekend waren als barmhartige mensen, een groot voorbeeld voor de joden en anderen. Maar niets is minder waar.

Joden hadden een hekel aan de Samaritanen. Om van Judea naar Galilea te reizen, moesten ze dwars door Samaria, maar omdat ze niets met die mensen te maken wilden hebben, maakten ze meestal een grote omweg. Jezus trok trouwens wél door Samaria. Dit verachte volk, gebruikte Jezus om aan de mensen aan te tonen wie hun naaste was. De Samaritaan was zelfs de held in het verhaal! Ik kan me voorstellen dat mensen daar niet bijzonder blij van werden.

Ik wil zeker niet de Iraakse zwemmer ophemelen als een soort 'barmhartige Samaritaan': hij heeft niets bijzonders gedaan. Ik vertel dit, omdat Jezus bewust koos voor een volk dat veracht werd, een volk op wie iedereen neerkeek. Zijn punt was (onder andere): zelfs een Samaritaan is jouw naaste. Ja, zelfs de Afghaanse moslim of Syrische christen die zijn land ontvluchtte, is jouw naaste. Zelfs de Marokkaanse of Turkse moslim is je naaste. En ja hoor, ook de blanke, blonde Pegida-fan. Vluchtelingen zijn geen 'naaste' die je uit medelijden of minderwaardigheid wat liefdadigheid moet bewijzen, nee, ze zijn helemaal gelijk aan jou. Het is een mens met wie je kunt meeleven, vereenzelvigen, lachen, huilen, delen, en met wie je samen kunt bouwen aan een betere toekomst, hier in ons land, of wie weet, ooit, daar in zijn eigen land.


Wie is werkelijk jouw naaste?

donderdag 31 december 2015

2015: duizeligheid, angst, ...

2015: duizeligheid, angst, ...

Enkele woordjes die 2015 kenmerkten voor mij...

Alcohol
Na 8 jaar zonder alcohol heb ik eindelijk mijn verhaal eens opgeschreven. Veel vrienden kenden het al, maar nu is het te lezen voor iedereen. Het staat op internet en is ook gepubliceerd in een boek dat een vriend schreef. Alcohol was een periode mijn beste vriend bij grote zorgen. Mijn problemen verdwenen elke keer als ik net genoeg op had. Veel mensen waren gesteund toen ze mijn verhaal hoorden en erover konden praten. Wil je mijn verhaal lezen, check met mij en ik stuur je de link. Als coach ben ik ook altijd bereid anderen te helpen.

Angst
Vluchtelingen stromen weg van oorlog, wanhopig op zoek naar een beter leven. Velen zelfs gewoon naar overleven. Fort Europa blijkt vooral bezig met het beschermen van haar eigen muren, tegen de ellende daarbuiten die ze grotendeels zelf veroorzaakt. Ja, ze doen (soms) het wettelijk minimum, maar de duizenden mensen die hier vlakbij in modder moeten leven, zijn het bewijs dat het verre van 'goed bestuur' genoemd kan worden. Mensen op basis van hun afkomst of godsdienst vals beschuldigen, is niet langer het voorrecht van extreem-rechts. Angst voor terreur wordt misbruikt om allerlei asociale maatregelen en uitspraken goed te praten. Ik reageer er soms fel op, omdat ik vanuit de diepe christelijke waarde van liefde niet anders kan. Het gaat over mensen die net zoveel waard zijn als ik. De vele goede gesprekken die ik heb naar aanleiding van deze situatie, zijn hoopgevend. Ook met die vrienden die totaal anders denken. Ook met vluchtelingen zelf. Even langer doorpraten met iemand, opent ogen. Ook bij mezelf. Ik ben meer in actie geschoten en het mag me al iets meer kosten dan vroeger. Maar woord en daad komen nog steeds niet voluit overeen, ik mag best nog veel meer doen.

Duizeligheid
Na een jaar regelmatige duizeligheid en evenwichtsproblemen bleek een bril van Hans Anders de oplossing te zijn! Ik werd regelmatig plots duizelig, kon dan niet meer goed staan of recht lopen en moest de rest van die dag mijn bed in kruipen wegens misselijkheid. Via de huisarts heb ik bloedonderzoek gedaan, ben ik bij de cardioloog geweest, bij de neus- keel- oorarts: alles bleek in orde. Hartritme was goed, cholesterol & suiker in orde, evenwichtsorganen werken goed. Enkel een lage bloeddruk. Maar toen ik een zonnebril op sterkte wilde kopen, kwam ik erachter dat de sterkte van mijn huidige bril (voor autorijden) lang niet sterk genoeg meer was. Resultaat: Sinds ik die bril heb, is het niet meer teruggekomen! Da's al zes maanden!

Bijl
Dit jaar was mijn schoonmoeder enkele maanden bij ons op bezoek uit Costa Rica. Dat op zich is al noemenswaardig, nietwaar? Maar van alle herinneringen is er in het bijzonder één mij bijgebleven. Ze sprak over de bijl. Om een grote eikenboom om te hakken, of te snoeien, gebruik je een kettingzaag of bijl. Om een jong plantje te snoeien, zou zulk gereedschap fataal zijn. Ze trok de paralel met wat we als mensen maar al te vaak doen. We zien iemand iets fout doen en staan klaar met onze bijl. We houden geen rekening met hoeveel die persoon nog moet groeien of leren, nee we rekenen direct met hen af. Ik kijk ook naar mezelf en zie dat ik, vaker dan me lief is, ook anderen met een bijl benader. Nog steeds. Als actief christen wil ik Gods liefde en genade laten zien door juist mensen te helpen en te steunen waar het moeilijk is. Niet hen afschieten omdat ze iets doen dat ik niet zou doen. Ik zie teveel bijlen, soms met name in eigen kerkkringen en dat baart me zorgen. Ik wil geen deel zijn van de standpuntenkerk die alles beter weet, ik wil deel zijn van de vluchtkerk die toegeeft niet alle antwoorden te hebben, een kerk waar iedereen naartoe kan vluchten als het leven zwaar is.

Mensen
Via mijn werk kwam ik regelmatig bij mensen thuis. Soms voor een coaching gesprek met een jongere, soms voor een vergadering of een brainstorm moment, soms omdat ik gewoon praktische hulp biedt en zo bij mensen binnenkom. Maar ook buiten mijn job als jeugdwerker kom ik regelmatig in gesprek met mensen. Iets ophalen via Kapaza of FreeCycle heeft me al enkele nieuwe vrienden opgeleverd. En feestjes. Of gewoon op straat. Geen Sinds dit jaar werk ik ook in bijberoep bij Het Wekelijks Nieuws waar ik de kans krijg om verhalen van mensen te horen, en hen zelfs helemaal uit te vragen ;-) Al die ontmoetingen verruimen mijn beeld van de wereld. Ik heb dit afgelopen jaar zoveel uiteenlopende visies, omstandigheden, situaties gezien, het heeft me zoveel geleerd, opnieuw. Geen twee mensen zijn hetzelfde en toch zijn ze allen gelijk. Het heeft mijn hart verwarmd en het helpt me om zelf ook anders naar de wereld te kijken. Hoe meer je iemands verhaal leert kennen, hoe gemakkelijker leer je mekaar ook waarderen en begrijpen.

Tweeduizendvijftien was een bewogen jaar. Tweeduizendzestien zal hopelijk veel bewegen. Daar schrijf ik morgen misschien iets over. Happy New Year!

Henri

zaterdag 26 december 2015

Waarom de welgestelde mens de armen nodig heeft

Dit is een vertaling van: http://lifereconsidered.com/2015/12/01/why-the-affluent-need-the-poor/

Het lijkt vanzelfsprekend dat de armen de 'rijken' of welgestelden nodig hebben. Wat minder logisch lijkt, is dat de welgestelden ook de armen nodig hebben. Ik ben echter overtuigd dat, terwijl armen de welgestelden nodig hebben om materieel vooruit te geraken, juist de welgestelden zich nooit ten volle geestelijk kunnen ontwikkelen zonder de inbreng van de armen.

Als ik spreek over 'welgestelden', heb ik het over mensen in de volgende dagelijkse realiteit: Ze hebben ruime keuze aan fatsoenlijke voeding, toegang tot kwaliteitskledij die past, veilig en stabiel onderdak, schoon stromend water, een comfortabele slaapplaats, redelijk hoge veiligheid, betrouwbaar vervoer, nauwe banden met mensen die je kunt vertrouwen in een noodgeval. Je hoeft je geen zorgen te maken om je gezin twee maaltijden per dagen te geven, je hoeft niet te kiezen tussen het kopen van eten en het betalen van je energiefactuur. Je hoeft niet bang te zijn om ieder moment dakloos te worden en je hebt een breed sociaal netwerk. Als dit op jou van toepassing is, zelfs al heb je het soms financieel krap, dan behoor je tot mijn categorie van 'welgestelden'.

Dus waarom hebben de welgestelden de armen nodig? Omdat welvaart die niet gebalanceerd en geïnformeerd wordt door dagelijkse, betekenisvolle interactie met mensen aan de rand van de maatschappij, vergif is voor het christelijk geloof! Ik ben ervan overtuigd dat dit de reden is waarom Jezus tegen zijn discipelen zei dat zijn volgelingen zouden worden gekenmerkt door het eten geven aan de hongerigen, het te drinken geven aan de dorstigen, de gastvrijheid voor immigranten, het kleden van de naakten en de zorg voor de zieken en gevangenen. De beschrijving in Matteüs 25 waarin Jezus onderscheid maakt tussen de schapen en de bokken, moet ons allemaal doen stilstaan en onszelf onderzoeken. Wat hij beschrijft gaat veel verder dan het doneren aan goede doelen, het ondersteunen van zendelingen die dit werk in het buitenland doen, of af en toe bij te dragen met voedsel en kleding. Het is een levensstijl die een hart voor kansarmen weerspiegelt - een hart dat de vooroordelen van de maatschappij overwint en die overvloedige liefde betoont aan mensen die de samenleving liever overboord gooit of opsluit.

Ongeacht welk land, werelddeel of periode in de geschiedenis we over spreken, de mensen wiens leven wordt geplaagd door honger, dorst, naaktheid, verlies van land, ziekte en opsluiting zijn vaak de mensen van achtergestelde etnische, sociale of religieuze groepen die door het gros van de maatschappij worden gewantrouwd, op wie wordt neergekeken en die worden afgewezen. Juist daarom, als welgestelden een levensstijl volgens Matteus 25 willen leven, kunnen ze dat niet zonder vriendschappen met mensen die heel anders zijn dan zijzelf. We kunnen dat niet doen zonder continue onze eigen voorkeuren, vooroordelen, gevoeligheden onder de loep te nemen, het kan niet zonder tegen de maatschappij in te gaan, je kunt daar niet omheen.

Hier komt het probleem: Wij, welgestelden, kunnen zelfs een beetje ongemak bijzonder moeilijk verdragen. We hebben drukke schema's en klagen over trage rijen bij de kassa en over het fileprobleem. We doen liever een schenking aan een goed doel dan dat we ons dagelijks leven zouden herschikken voor mensen met complexe problemen. Maar het schenken van 500 euro aan de voedselbank is een heel andere ervaring dan het luisteren naar een arme die je haar levensverhaal vertelt terwijl met haar door een deel van de stad rijdt dat je nog nooit eerder gezien hebt en haar helpt een paar boodschappen te doen, hetgeen haar zonder jou een week tijd zou kosten. Zal de gift een verschil maken? Absoluut! Het zal een tastbaar verschil zijn voor vele hongerige mensen in de stad. Maar het zal jou niet veranderen, het is te ver-van-je-bed. Er is geen relatie, geen uitwisseling, geen wederkerigheid.

Wat we eerst als ongemak ervaren, wordt door relaties omgekeerd. Het verschuift van ongemak naar nieuw perspectief, dan naar empathie en uiteindelijk naar liefde. Ik was overgevoelig voor de ongemakken in mijn leven, tot ik wakker werd en ontdekte dat voor mensen aan de rand van de maatschappij, het leven één groot, nooit eindigend ongemak is. Niets is gemakkelijk voor hen en zelfs eenvoudige dingen duren vier keer zo lang als voor mij. Iemand aan de rand, heeft geen ruimte. Hij is altijd een haar verwijderd van een grote crisis, ongeacht hoe hard hij werkt.

Mijn vriend Mac is een ex-gevangene die 4 maanden doorbracht in de gevangenis tussen eind 2001 en begin 2002. Door zijn strafblad heeft hij het moeilijk een vaste job te vinden. Maar hij is nooit bang geweest van hard werken, dus de afgelopen 13 jaar is hij erin geslaagd om allerlei tijdelijke jobs achter mekaar te doen om toch te voorzien in een inkomen voor hemzelf en zijn vrouw. Dat wil zeggen, totdat hij onlangs echt ziek werd en tijdelijk arbeidsongeschikt werd. De harde logica in zijn leven ziet er zo uit: geen werk = geen voedsel en geen geld voor huur = dakloos, hongerig, en op straat binnen een week.

Mijn eigen ongemakken zijn me iets minder hard gaan storen.

Er is een schril contrast tussen de neiging tot verveling en existentiële crisissen onder mijn rijke vrienden, zelfs bij de fulltime zendingswerkers, enerzijds, en de dagelijkse nabijheid van de werkelijke crisis bij mijn arme vrienden anderzijds. Dit contrast resulteert in de volgende paradox: tegenslag en strijd versterken geloof en moed bij de arme, maar bij de welgestelden veroorzaken ze vaak twijfel, angst en cynisme. Ik ben de tel kwijtgeraakt van het aantal middenklasse-kinderen die in de kerk zijn opgegroeid, maar die bij hun eerste echte crisis niet voldoende geestelijke ervaringen konden opbrengen om hen er doorheen te helpen. Die kinderen kregen alle kansen van hun ouders en kregen allerlei theologisch onderwijs, maar hun geloof werd verstikt en uitgehongerd omdat ze zo comfortabel gescheiden leefden van mensen aan de rand van de maatschappij, mensen van wie ze zoveel waardevolle dingen hadden kunnen leren en in wie ze Jezus op krachtige wijzen hadden kunnen ontmoeten. 


Om mensen aan de rand van de maatschappij werkelijk te leren liefhebben, moet er een verandering van denken komen, van liefdadigheid naar vereenzelviging met de ander. We moeten hun levens en verhalen binnenstappen en ons vereenzelvigen met hun worstelingen. We moeten ook hen toelaten in ons leven om zo onze worstelingen uit te dagen. Met liefdadigheid ontvang je macht over de ander, maar met vereenzelviging leg je die macht juist af. Liefdadigheid is gemakkelijk onder controle te houden, vereenzelviging met de ander is oncomfortabel, onvoorspelbaar en ongemakkelijk. Met liefdadigheid ben jij de held, met vereenzelviging in Christus jouw held en de ander zijn held.

Deze verandering van denken is niet gemakkelijk voor de welgestelden. Het is alsof je iemand die nooit traint, vraagt om met een thriatlon mee te doen. Stel je eens voor. De eerste training zou verschrikkelijk zijn. Je zou zeggen 'Dit is te moeilijk, dit wil ik niet nog eens doen!'. Anderzijds, als je jezelf toewijdt om te blijven trainen, zul je na een tijdje merken dat je lichaam niet continue meer in pijn is, je zult inder klagen, je spieren groeien en je kijkt zelfs uit naar de volgende training.

Je hoeft niet perfect te weten waar te beginnen. Bid gewoon vandaag "Heer, waar begin ik?". Vertrouw me, God zal antwoorden. Hij weet wat je nodig hebt.

zaterdag 14 november 2015

13/11: over mijn verjaardag, Parijs, moslims, vrede en het westen

13/11 is no longer just my birthday...

Mijn veertigste verjaardag begon met het nieuws over tragedie van terreur in Beiroet. Daarna kon ik de wereld om mij heen even vergeten. Ik werd verrast met kadootjes van de kids, een lekker ontbijt. Een vriend kwam even langs. Ik ging even rustig fietsen. Ik vond inspiratie voor nieuwe ideeën. We zijn met het gezin voor het eerst gaan zwemmen in Sunparks Oostduinkerke. We sloten af met frietjes van de frituur. De Arend op de baan Veurne-Ieper. Goei frieten. De dag had zo een mooi einde. Dacht ik.

Toen kwam het verschrikkelijke nieuws van terreur in Parijs. Hallucinant, niet één aanslag, maar meerdere tegelijk. Meer dan 150 doden, honderden gewonden door terroristische aanslagen verspreid in de stad.


Islam is not to blame...

Velen maken vervolgens gretig misbruik om een godsdienst als de islam te viseren en om hulp aan vluchtelingen om deze reden een halt toe te roepen. 'Grenzen dicht!' roepen ze, met een arrogante 'Zie je wel!'-houding. Pure misbruik: rechtstreekse manipulaties door linken te leggen die er niet eens zijn. Islam is niet de grote schuldige. De mens is verantwoordelijk. We hebben geen excuus. Onze luxe leventjes hebben we bvb. te danken aan de nog grotere terreur die we toepassen op het Zuidelijk halfrond: kinderarbeid en slavernij, economische gijzeling van boeren. Kunnen we het aantal doden zelfs nog tellen, waar wij westerlingen de oorzaak van zijn?Zullen we het eerste daar eens over hebben? Niemand heeft een excuus. Je verschuilen achter westerse 'christelijke' normen is ronduit beschamend.

In de Koran lezen we: 'Wie een onschuldige vermoordt, is als iemand die de gehele mensheid vermoordt.' Veel moslims leven mee met de verschrikking die de burgers van Parijs is overkomen. Ik ben geen moslim of islam-verdediger. Mijn geloof en wereldbeeld is christelijk, en dus anders. Maar ik wil wel ogen openen voor de blindheid waarmee veel Europeanen, Vlamingen, christenen, dit soort zaken misbruiken om haat te verspreiden tegenover onze medemensen. De noodzaak om mensen uit oorlogsgebieden massaal op te vangen in onze westerse landen, blijft urgent, en terreur mag ons niet verlammen in angst voor het vreemde.


De mens...

Mijn grootvader zei altijd 'De mens, de mens, ...'. Hij maakte die zin nooit af. Door de jaren heen begin ik meer en meer te beseffen wat hij bedoelde. De mens is zelf het probleem. Dat wist ik al in theorie, maar ik zie dat steeds meer in dagelijkse praktijk, en ik merk dat meer en meer mensen dat ook beginnen te onderkennen.

Vanuit elke mogelijke levensbeschouwing kan terreur ontstaan. We zien dat ook in politieke ideologie: dictators die mekaar opzij duwen om het volk te bevrijden, en vervolgens zelf nog ergere dictators worden. Partijpolitiek waarbij leiders mekaar door het slijk halen en beloven om het voor het volk op te nemen, maar ondertussen met allerlei geheime agenda's gewoon hun ego opkrikken.

Onze allergrootste massale vijand, Adolf Hitler, was 'cultureel christen'. Hitler was net zo christelijk als IS islamitisch is: beiden misbruik(t)en een religieus kader om God voor hun karretje te spannen. En wie weet, zat er zelfs een hele andere beweging achter. Maar: Zodra het ego overneemt, is niemand meer veilig. De beangstigende daden van terreur in Parijs zijn een verschrikkelijke herinnering aan hoe diep de mens kan vallen als het ego en extremisme de overhand krijgen.


We don't need more religion...

Ook al zie ik religie niet als oorzaak van terreur, toch wil ik ook voorzichtig zijn met het voorstellen dat een religie - 'mijn' religie bijvoorbeeld - het antwoord is. Religie op zich brengt geen oorlog, enkel het misbruiken van zo een systeem. Maar het geeft ook geen garantie op vrede. Onze geschiedenis is daarvan getuige, en onze wereld vandaag is daarvan het levende en dode bewijs. Christendom als religie is niet het antwoord. Geen enkele godsdienst is het antwoord.

Toch wil ik bidden. Toch wil ik naar Christus zelf verwijzen. Ik ben een volgeling van Christus, en zie alleen bij Hem een betere weg naar vrede en levensvreugde. De woorden van Ghandi maken dit nog steeds overduidelijk. Hij zei dat hij niet zoveel boodschap heeft aan christenen, maar wel aan Christus zelf: 'I like your Christ, I do not like your christians.' Hij heeft gelijk. Dat is ook wat Christus betekent in mijn leven: Hij is geheel anders dan wat wij als mensen er ooit van zouden kunnen maken. Lees maar eens rechtstreeks in het evangelie. Ik wijs niet richting religie maar richting Christus zelf. 

Tot slot nog een citaat over nederigheid, om af te sluiten:
'In elke godsdienst zijn er gelovigen en extremisten. Het verschil is dat extremisten hun god in hun dienst stellen, en dat gelovigen zichzelf in dienst van God stellen.' - Guy Gilbert (een priester die de straten van Parijs als zijn kerk beschouwt)

Dit is slechts mijn gedacht. Ongeveer. En onaf. Chaotisch geschreven. Het is een reflectie op mijn veertigste verjaardag. Maybe I'm wrong. Voel je vrij om erover te praten met me.

woensdag 22 april 2015

Mijn relatie met alcohol

Naar aanleiding van de publicatie van een boek van Michael Niclaus, plaats ik hier ook mijn verhaal met alcohol, zoals vermeld in het boek "Alcohol Vrij", verkrijgbaar via http://www.debestebeslissing.be/



Ik ben altijd een sociale drinker geweest, maar heb daar nooit in overdreven. Eind 2004 verwachtten mijn vrouw en ik ons eerste kindje – we hebben nu vier gezonde schatten! - en besloot ik de laatste drie maanden van de zwangerschap solidair mee te doen: Zij dronk de hele zwangerschap al geen druppel alcohol meer, dus ik zou dat die drie maanden ook wel kunnen uithouden zeker?

Toen onze eerste kleine geboren werd, kon het geluk niet op! Maar in mijn hoofd sloop een ander geluk binnen: het geluk van het weer-kunnen-drinken. Ik had mijn dagelijkse pintjes hard gemist, alsook mijn porto’ke tijdens het koken, mijn martini op zondag, mijn jenevertje op zaterdagavond, mijn cognac of glas rode wijn bij een goed gesprek. De lijst is nog niet half af.

Eigenlijk had ik toen al kunnen weten dat ik een probleem had, maar het hoorde er gewoon bij. Alcohol was mijn vriend. Lange tijd heb ik geloofd dat mensen die nooit drinken een enorm saai leven moeten hebben. Ze kunnen niet écht genieten van het leven. Het was pas een jaar later dat mijn goede vriend alcohol een andere kant van zichzelf liet zien.

Door een bewuste keuze om van job te veranderen, hadden we als gezin een stuk minder inkomen. We konden meer van onze tijd investeren in onze passie (jeugdwerk) maar hadden maandelijks toch een serieus tekort dat niet te overbruggen viel. Ik negeerde het vanuit een positief denken “we geraken er wel”, maar het werd er niet beter op. In die periode begon ik een duidelijk verschil te zien: De avonden dat ik iets meer had gedronken, geraakte ik sneller in slaap, de avonden dat ik niets of bijna niets had gedronken, lag ik wakker van de financiële zorgen. De keuze was snel gemaakt: ik moest zorgen dat ik dagelijks een minimum aan alcohol binnen had om met een gerust hart te kunnen slapen. Hoe harder ik er ’s avonds van overtuigd was dat al mijn problemen weg waren, des te harder kwamen ze ’s morgens terug, tot de dag, begin 2007, dat een rekening zichzelf presenteerde die niet langer genegeerd kon worden. Ik had er een bijzondere chaos van gemaakt.

Alles kwam eruit en samen vonden mijn vrouw en ik hulp op alle vlakken: mentaal, praktisch en financieel. Ik besloot dat als mijn leven zo verweven was met alcohol, dat ik niet anders kon dan die volledig uit mijn leven te bannen. Men raadde mij aan enkele boeken te lezen en een online coaching te doen ivm verslaving. Ik weet nog goed dat ik dacht “Verslaving? Ik ben hooguit afhankelijk, maar verslaafd?”. Langzaam maar zeker besefte ik ook dat afhankelijkheid van alcohol eigenlijk hetzelfde was als verslaving.

Ik had een innerlijke dorst die gelest moest worden. Ik deed dit met alcohol, een middel dat uiteindelijk enkel schade brengt. Alcohol is zo normaal. En bij problemen leek het zo aantrekkelijk, een beetje meer om te kunnen relaxen, om zorgen te vergeten. Het bleek een heimelijke vriend te zijn die mij dieper de put in sleurde dan ik besefte. Ik moest uiteindelijk die alcohol niet alleen vervangen door “plat water” maar er moest in mijn hart ook iets veranderen: ik moest het leven anders benaderen. Mijn problemen niet ontlopen maar bevechten en overkomen. In die periode heeft mijn geloof in God mij als christen ook geholpen en sterker gemaakt, juist door mijn zwakheid te erkennen.

Dat is namelijk een kern in het probleem met alcohol in onze maatschappij: het is zodanig ingeburgerd, dat het zichzelf voorspiegelt als iets onschuldigs. Je kunt allerlei problemen hebben, maar alcohol is onmogelijk een boosdoener, kijk maar eens hoeveel mensen kunnen drinken én goed functioneren. Het is ook stoer om te bewijzen hoeveel je kunt drinken zonder eronder te bezwijken. Dan moet jij het toch ook kunnen? Maar niemand vertelt je wat er in de binnenkamer van die andere persoon gebeurt. Het is verscholen achter een masker van stoerheid en prestatie. Daarom moet er in je hart iets veranderen, als je echt wilt loskomen van iets dat je bindt.

In die periode van mijn leven zijn er nog heel wat andere dingen gebeurd, mooie en lelijke. Ik wil je vanuit mijn getuigenis aanmoedigen om stil te staan: welke dorst is er in jouw leven die je misschien ook door alcohol of iets anders probeert te lessen? Wat leeft er in je hart en hoe brengt dit vrucht voort in je leven? Iedereen heeft weer zijn eigen verhaal. Tell me yours... (mailen mag altijd: henri.menheere@gmail.com)

Binnenkort is het weer zomer. Op een warme zondagnamiddag kan ik zo hard genieten van een glas fris kraantjeswater. Je zou denken dat die zin op iets anders moest eindigen, het klinkt absurd: kraantjeswater. Maar ik ben vooral dankbaar dat het geen witte wijn is, glas na glas, tot de combinatie van de hete zon met de alcohol naar mijn hoofd stijgt, me gigantisch lam en moe maakt en uiteindelijk hoofdpijn geeft waardoor ik noodgedwongen moet overstappen op blond bier.

We zijn een product van de wereld waarin we leven: een wereld waar alcohol niet weg te denken is. Maar we zijn net zo hard de makers van die wereld. Zonder een ander te beoordelen op het wel-drinken, kan ik vol plezier en met intense vrede door het leven gaan als niet-drinker, wetende dat dat alvast één ding is waar ik niet van afhang om plezier te maken. Ik geniet met volle teugen van het leven, omdat ik mij vrij voel!

Wie is er sterk, diegene die laat zien hoeveel hij kan drinken, of diegene die zichzelf kwetsbaar opstelt en toegeeft dat hij het niet alleen aankan?

vrijdag 19 september 2014

delen

Op de page van Geefplein Ieper schreef iemand dat 'ie niet snapte hoe dit kon werken: mensen die met zijn allen naar een plein komen, enkel en alleen om dingen te geven en te krijgen.

Er moest en zou misbruik van komen en het hele project zou nergens op slaan. Gelukkig bewees de praktijk het tegendeel: mensen kregen er vreugde van om te schenken, om een ander te helpen, of gewoon een pleziertje te doen!

Ik kan al bijna niet meer onthouden hoeveel wij van vrienden en buren gekregen hebben de afgelopen maanden. Komkommers, tomaten, pruimen, appels, soep of een taart, aardappels, pralines, ... En we geven weer weg. We bakken er iets mee en geven het weer door, aan dezelfden of anderen. Niemand houdt score bij, we zijn gewoon met zijn allen gastvrij en vrijgevig.

Het geeft me een zalig gevoel, als mensen zo hun leven met mekaar delen. Zonder agenda. Zonder iets terug te verwachten.

We dienen mekaar. We hebben mekaar nodig. Zo zijn we gemaakt.

Wat onze geschiedenis, politiek, economie, media, er ook van gemaakt hebben, we blijven zoeken naar manieren om te zijn zoals we zijn: mensen die houden van mensen.

Mensen zijn voor mekaar gemaakt. En dat mag soms best wel eens iets kosten. Een offer. Een gunst. een beetje geduld en liefde.

We zijn gemaakt om te zijn wie we zijn, niet wie we verwacht worden te zijn.

Henri

zondag 4 mei 2014

roddelen, pesten, afkraken...

Ik liep naar mijn muziekles terwijl ik enkele fietsers achter mij hoorde. "Wie we daar hebben!" riep de ene tegen de andere. Ze waren met drie, jongens ergens tussen de 14 en de 17 ofzo. Eerst dacht ik nog: twee vrienden die een derde tegen komen.

Ze haalden me in.

Ze fietsten nogal raar heen en weer en terwijl ze steeds verder vooruit geraakten, zag ik dat die twee jongens de derde steeds aan het klemrijden waren. De derde riep iets en probeerde steeds om hen heen te fietsen, maar het lukte hem niet. Vooral die ene, die ging steeds extra traag rijden vlak voor hem, zodat hij moest stoppen of tegen een muur fietsen. Hij vond het echt niet leuk.

Ik wou er eigenlijk naartoe lopen om ze gewoon een keer te confronteren, maar ze waren allemaal te ver weg en toen splitste hun weg in drie. Het pesten was voorbij. Voor vandaag.

Bij facebook groep suggesties was er een groep waar veel jongeren zitten. Ze zetten een foto van zichzelf en vragen anderen om hen toe te voegen of hun mening te geven.

Ben ik knap?

Wil je met mij?

Er zijn al zoveel dingen fout aan zulke groepen, ik zou niet weten waar te beginnen. Maar die ene opmerking die ik al na 2 minuten tegen kwam, versloeg alles en ik voelde de koude rillingen over mijn rug.

Meisje zet foto en vraagt om aandacht.

Jongen geeft mening: "Waarom hang jij nog niet aan een touw?"

Pesten.

Een begrip dat veel te vaak wordt gebruikt. Mijn vrouw en ik moeten onze kinderen ook regelmatig herinneren dat "eenmalig pootje lap" of een kind dat vaak scheldt tegen andere kinderen, of gewoon gezonde ruzie tijdens een spel, niet hetzelfde is als pesten.

Maar pesten bestaat. Een eenzame jongen iedere keer klem rijden terwijl hij zichzelf niet echt durft verdedigen. Een onzeker meisje naroepen dat ze beter af is aan een touw.

Dit zijn dingen die moeten stoppen.

In de vorige school van onze kinderen stond de grootste pestkop van de school, heel enthousiast het anti-pestlied te zingen tijdens het schoolfeest. Iedereen keek naar hem, hij kreeg alle lof en aandacht. Maar zijn gedrag veranderde niet.

Wie pesters aangeeft wordt vaak het onderwerp van roddel en nog meer vernedering. Ik heb het soms gehad met anti-pest acties. Misschien moeten we die dingen drastischer aanpakken.

Misschien moeten we ergens dieper in onze maatschappij graven en zoeken waar we fundamenteel iets kunnen veranderen. Bijvoorbeeld het idee dat iedereen altijd denkt dat de hele wereld om hem/haar draait. Overdreven, weet ik, maar toch een kern van waarheid? Hebben jullie ideeën?

Pestgedrag bij volwassenen is misschien subtieler. Waar gaan we de grens over en hoe leren we dat aan bij jongeren?

Ik denk dat ik op straat harder had moeten lopen. Gewoon om die pestkop te leren kennen, te vragen wat hem motiveert en misschien te interviewen. Want ook hij is waarschijnlijk een slachtoffer van groepsdruk..